Actueel

Openbaar jaarrekening 2020 en begroting 2021

Aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat 

Aan het Bestuurlijk Overleg Waddengebied 

Onderwerp: Agenda voor het Waddengebied 2020-2050 

 Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog, 12 september 2020. 

 Geachte mevrouw de Minister,
Geachte dames en heren, 

Wij hebben kennisgenomen van de Agenda voor het Waddengebied 2050 en maken gebruik van het indienen van onze zienswijze, die u onderstaand aantreft. 

 ALGEMENE OPMERKINGEN EN VRAGEN. 

 

1. Zoals u al aangeeft in deze agenda heeft het Rijk vanaf 1980 een visie opgesteld voor de Waddenzee, verwoord in de PKB en is deze de laatste jaren overgegaan in de Structuurvisie. Daar waar de nadruk in beginsel lag op de Waddenzee, is nu het gehele Waddengebied meegenomen in deze agenda. 

Dat laatste lijkt ons logisch en steunen wij van harte, omdat het gebied een en al samenhang vertoont en de uitvoering van beleid in een bepaald deel van het gebied onlosmakelijk invloed heeft op een ander deel, al dan niet over langere periodes. Deze zogenaamde externe werking kan zelfs het rivierengebied in Nederland betreffen (emissies van stoffen uit dit rivierengebied) en bijvoorbeeld de aanleg van windmolenparken in de Noordzeezones van België, Duitsland en Denemarken. In zoverre biedt de begrenzing, die u aangeeft in de agenda (p.12) duidelijkheid voor alle partijen: de grens is goed en duidelijk gemarkeerd en bepaalt hiermee ook juridisch hoe de externe werking kan worden geïnterpreteerd. 

 

2. De PKB Waddenzee kende in zijn opbouw van beleid een hiërarchie voor de Waddenzee: hoofdfunctie natuur met beperkt menselijk medegebruik. In deze verticale ordening was het menselijke medegebruik ondergeschikt aan de hoofdfunctie natuur.  

In de voorliggende agenda is volgens ons sprake van nevenschikking van functies. Weliswaar wordt gesproken van twee hoofdfuncties voor resp. het natte en droge deel, maar volgens ons is er geen sprake van hiërarchie maar van nevenschikking als we goed letten op het taalgebruik in de betreffend passages op p.24: Hoofddoelstelling voor de Waddenzee is ‘een duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap. Volgens u is dit een voortzetting van hetgeen in de Structuurvisie Waddenzee is opgenomen. Een wijziging is kennelijk niet nodig gebleken. 

Hoofddoel voor het Waddengebied is dat het in 2050 veilig, vitaal en veerkrachtig is. En dan volgt een uitleg van deze begrippen en worden de doelstellingen voor het Waddengebied genoemd. 

Klopt onze interpretatie dat deze nevenschikkende doelen met elkaar verbonden zijn (zie het begrip ‘verbinding’ op p. 20), waarbij het bereiken van hoofddoelen en doelen via de op de p. 25-28 leidende principes uitgevoerd dient te worden? Het is ons nl. niet duidelijk hoe de schikking van de doelen, indien sprake is van nevenschikking, gerubriceerd dienen te worden. 

Daarbij komt dat de doelen bereikt dienen te worden door integraal handelen. Iets dat we toejuichen omdat daarmee alle aspecten bij de besluitvorming aan bod komen. Echter in het kader van de nevenschikking vragen wij ons wel af aan de hand van welke keuze-indicatoren besluiten in dit verband kunnen worden genomen?  

Deze vraag stellen we ons omdat we de afgelopen jaren zo vele activiteiten vergund hebben zien worden, die hoe dan ook strijden met het hoofddoel van de Structuurvisie Waddenzee (zie bijvoorbeeld de delfstoffenwinning). We nemen aan dat het algemene belang van een betrouwbare levering van aardgas en de levering van zout aan de bewoners van Nederland voorrang genoot boven de bescherming van de Waddenzee, hetgeen ook het geval moet zijn geweest bij de zoutwinning, maar duidelijk is het ons niet.  

Kan het zijn dat door deze nevenschikking met onduidelijke keuzeindicatoren de kwaliteit van de Waddenzee de afgelopen jaren achteruit is gegaan en dat er tot 2050 een extra (zware) inspanning moet worden gedaan om de geformuleerde kwaliteit terug te krijgen? Zie hiervoor hetgeen u in het vergezicht schetst. Indien dit de kwaliteiten zijn in 2050, dan zal er een zeer grote inspanning door alle partijen moeten worden verricht om dit vergezicht te realiseren. De door u geformuleerde principes kunnen een aardige aanzet zijn. Dan nog komt weer onze vraag: hoe hard is dit alles?  

 

3. Beleid kent een inherente afwijkingsbevoegdheid maar op basis van welke indicatoren kan er afgeweken worden? Hoe hard zijn de principes als het aankomt op zaken, die het algemene belang raken? Naar onze mening is een goed milieu de basis voor het wonen en werken in ons Waddengebied en staat dit in zoverre in deze agenda 2050, maar de ervaring laat zien dat de kortetermijnbelangen het steeds weer winnen van de lange termijn (weer het voorbeeld van de delfstoffenwinning), waardoor de hoofddoelen steeds maar niet bereikt dreigen te worden. Het lijkt daarom dat ook deze agenda deel uitmaakt van een vicieuze cirkel, die ook met de daarin opgenomen mooie woorden niet doorbroken wordt, indien geen principiële keuzes in de uitvoering worden gemaakt. 

Wij dringen er dan ook bij u op aan om hetgeen in deze agenda 2050 als hoofddoelen, doelen en principes is opgenomen, strikt bij de uitvoering te betrekken en in principe geen afwijking ervan toe te staan, tenzij gekwalificeerd gemotiveerd, dus bij hoge uitzondering en hiervoor indicatoren te benoemen. Natuurlijk biedt de internationale milieu- en natuurwetgeving hiervoor een kader, maar wellicht kunt u zelf nog nadere indicatoren ontwikkelen, al was het alleen maar om aan te geven hoe serieus het u is om de hoofddoelen en doelen in 2050 te bereiken en te gaan voor het lange termijnbeleid en geen storende inbreuken in het korte termijnbeleid nog langer toe te staan, zoals altijd is gebeurd tot nog toe. 

 

 4. Probleem is dan alleen nog de huidige wet- en regelgeving alsmede besluiten (zoals die van de delfstoffenwinning), die strijdig zijn met hetgeen in de agenda is opgenomen, zodanig om te buigen dat er sprake is van verbindende economie en ecologie. U geeft daarvoor zelf de handvaten aan in uw kader, nl. het inrichten van een circulaire economie. Er zijn al voorbeelden in het Waddengebied, maar is dit wat u bedoelt hiermee? Wellicht dat u dit nader kunt specificeren en hiervoor in de uitwerking van de agenda tezamen met de fossiele industrie en Frisia Zoutwinning uitgangspunten en indicatoren kunt ontwikkelen.  



5. In die zin is in de agenda voornamelijk te lezen WAT er dient te gebeuren met het gebied en niet HOE. Is dat ook de bedoeling? Is het beantwoorden van de HOE-vraag een uitwerking van de hoofddoelen en doelen in die zin, dat de lagere overheden en de samenwerkende waddeninstituten hierin hun weg moeten vinden? Wij zouden daar als stichting
en graag bij betrokken willen worden omdat we menen een visie te hebben en te weten wat er op de eilanden speelt.  

 

BIJZONDERE OPMERKINGEN EN VRAGEN. 


6.
Op p.19 van het vergezicht is te lezen dat er meer toeristen zijn gekomen die de rust, het historisch landschap en het Werelderfgoed opzoeken. Niet overal, maar voldoende om bij te dragen aan behoud van voorzieningen in de dorpen.  

Bedoelt u hiermee dat er aan de vaste landkust van de Waddenzee meer toeristen kunnen komen en niet op de eilanden? Indien dit een juiste interpretatie is, heeft deze onze goedkeuring omdat nu al de eilanden dreigen te bezwijken onder de hoeveelheid toeristen met alle schadelijke gevolgen van dien. Het grootste schadelijke gevolg hiervan is een aantasting van het woon- en leefklimaat op de eilanden door verregaande gentrificatie. Jonge eilanders kunnen door exorbitante stijging van de huizenprijzen geen woning meer kopen en projectontwikkelaars, speculanten en beleggers kopen een en ander op met prijsopdrijving als gevolg: de vicieuze cirkel. Ook de plaatselijke bedrijven kopen woningen op voor hun personeel van de vaste wal en splitsen deze in appartementen, omdat er op de eilanden zelf geen personeel meer is in te huren. Deze ontwikkeling baart ons ernstige zorgen en wordt als het ware, indien u ook op de eilanden (nog) meer toeristen wilt hebben, voortgezet, een en ander in strijd met de doelen en principes van deze agenda. Vandaar dat wij denken en hopen dat we deze passage in de agenda verkeerd interpreteren, maar we leggen het graag aan u voor of dit zo is. 

In het verlengde hiervan baart het ons zorgen dat de druk op de kust ook in Nederland steeds meer toeneemt. Bij een ongeremde groei zijn alle uitgangspunten van deze agenda gedoemd te mislukken en weten we zeker dat hoofddoelen en doelen niet gehaald zullen worden. Hoe ziet u dit voor u want we lezen er niets over dan alleen dat natuurminnende toeristen het gebied zullen bezoeken. Het opkopen van onroerende zaken door projectontwikkelaars, speculanten en beleggers zorgt ervoor dat ook een ander type toerist aanwezig is, nl. die mensen die via goedkope boekingssites een last minute boeken bij de veelal grootschalige toeristische infrastructuur, die hoe dan ook het gehele jaar door bezet moet zijn om financieel uit te kunnen.  Een goed, duurzaam management van de hoeveelheid lijkt ons wenselijk als u ook de Waddenzeekust in Noord-Holland, Noord Fryslân en Noord Groningen tot verdere ontwikkeling wilt brengen. De mens is vaak de grootste vervuiler in de natuur. 

Indien u uitgaat van een transitie van het huidige toerisme in een circulair toerisme, hoe ziet u dit dan voor u? Het ware wenselijk hier alvast indicatoren voor te ontwikkelen.  

 

7. Op p.20 van het vergezicht wordt aangegeven dat er (ook) activiteiten zijn gestopt. Gaswinning en andere delfstofwinning in het waddengebied zijn niet meer nodig. Wij missen andere delfstoffenwinning, waaronder de zoutwinning maar ook zandwinning, schelpenwinning en de Noordzeekustzandsuppletie. Al deze activiteiten ontberen volgens ons een duurzaamheidstoets. Er zijn geen indicatoren aanwezig voor afwijking van het beleid in deze agenda en daarmee vergunningverlening. Maar wellicht moeten die in de komende jaren worden ontwikkeld bij de uitvoering? 

Dan nog zou het u sieren terughoudend te zijn met de vergunningverlening dan wel het niet langer ondersteunen van de al in gang gezette activiteiten op dit gebied, omdat ze strijden met de uitgangspunten van deze agenda. Bent u het hiermee eens? Volgens ons nl. zijn het geen circulaire dan wel duurzame activiteiten en brengen ze in principe schade toe aan het waddengebied, waardoor het nog langer duurt om de situatie in het geschetste vergezicht te bereiken. 

 

8. Wij kunnen ons vinden in hetgeen u op p.28 schrijft over het rekening houden met de specifieke situatie op de Waddeneilanden en vaste walgemeenten in het waddengebied bij de beleidsvoorbereiding door Rijk en provincies (principe 7). Al te vaak hebben we de afgelopen jaren kunnen constateren dat door ligging en schaalgrootte, rijks- en provinciaal beleid anders uitpakt op met name de eilanden (bijvoorbeeld het ouderenbeleid, jeugdzorg, onderwijs en het agrarisch beleid). Voor ons is het een belangrijk principe, dat rekening zal worden gehouden met de specifieke situatie en dat bij het beantwoorden van de hoe-vraag (hoe wordt er dan rekening mee gehouden) we de motivering kunnen vernemen, want we beseffen natuurlijk dat dit maatwerk vraagt en concessies. Maar voor ons als bewoners is het belangrijk te vernemen hoe er is besloten in bepaalde vraagstukken waarbij dit principe is toegepast.  

 

9. Een ander principe dat u verwoord op p.28 is het adaptief werken in een dynamische omgeving. We kunnen lezen wat u hieronder verstaat en heel voorzichtig geeft u ook al kaders aan hoe u dit uitgewerkt wilt zien. Op zich kunnen we dit principe ondersteunen, maar het zou op bepaalde momenten kunnen strijden met het milieuprincipe van het voorzorgbeginsel, dat internationaal gezien leidend is volgens ons. Adaptief werken zegt eigenlijk: begin maar al zijn er onduidelijkheden. Het voorzorgbeginsel zegt: niet beginnen voordat alles duidelijk is. We nemen aan dat de gulden middenweg zal worden bewandeld bij de uitvoering van deze agenda, maar wellicht dat dit nog duidelijker bij het principe kan worden verwoord, tenzij het voor u vanzelfsprekend is dat niet in strijd met internationaalrechtelijke milieu-uitgangspunten wordt gehandeld. Ons is het niet duidelijk of u er zo over denkt, vandaar onze vraag of u het hiermee eens bent.  

 

 

10. P.65 e.v. 

Men moet zich afvragen of het nog van deze tijd is dat in een internationaal natuurgebied intensieve defensie-oefeningen worden gehouden, mede in het licht van het geschetste vergezicht in deze Agenda. 

Hier wreekt zich de rode lijn in deze Agenda, dat men eigenlijk in principe alles wil en geen keuzes wil maken: alles moet maar gecontinueerd worden en worden overgoten met en duurzaamheidssausje. Maar juist daardoor blijft alles zoals het is en verslechtert de situatie alleen maar. Dit geldt ook voor andere passages in de Agenda: 

  • Het principe hand aan de kraan werkt niet. Onderzoek heeft dit uitgewezen. Tegen de tijd dat de hand aan de kraan moet worden ingeschakeld is er veel tijd verloren gegaan met onderzoek, waardoor de effectiviteit er niet meer is. 
  • De negatieve effecten van de zoutwinning in de Waddenzee zijn evident en strijden met alles wat is genoemd aan bescherming en duurzaamheid in deze beleidsagenda. Ook hier zou een beëindiging moeten worden ingezet, eventueel uitkoop want dit soort zware industriële activiteiten horen niet in een internationaal natuurgebied.  
  • Datzelfde geldt voor bepaalde activiteiten in de Eemshaven. Er zal naar onze mening veel kritischer moeten worden gekeken naar de toelaatbaarheid van bedrijven op de aanwezige industrieterreinen. Een kolencentrale of biogascentrale en de chemische industrie, de grote servers van de techindustrie (erg milieuvervuilend wat energie betreft) passen hier niet als we bijvoorbeeld naar het geschreven vergezicht kijken, evenals de defensieactiviteiten, een vuilverbrander, etc. En als de keuze wordt gemaakt dat deze industrie er vooral moet blijven, dan dienen passages in de agenda te worden aangepast omdat ze anders strijden met de uitgangspunten over duurzaamheid. Met andere woorden: maak duidelijke keuzes en schrijf er niet omheen. Als men bovengenoemde industrie wil toestaan en eventueel wil uitbreiden, althans het ze niet moeilijk wil maken, geef dat dan toe en zeg dat dit in strijd is met het duurzaamheidsbeleid voor het waddengebied, maar dat er een groter belang is dat gediend wordt met het toelaten ervan. Wees transparant. Er staat nu niets over in en daarmee is de agenda niet volledig, juist daar waar het vervuilende industrie betreft. 
  • Ook wat betreft de status van PSSA is de agenda bijzonder passief. We hebben met de ramp met de MS Zoe kunnen zien dat op olie gebaseerde producten welhaast vervuilender zijn dan olie zelf, die zich ook gemakkelijker laat ruimen dan deze producten, die nog steeds zich in het water- en landmilieu bevinden.  De strategieën hierover zijn boterzacht en het ware wenselijk dat Nederland zich inspant om via de IMO-regels gesteld te krijgen ten aanzien van containerschepen en hun werkwijze, met name de sluitingen e.d. Risicoanalyses maken is zeker nodig, zoals is genoemd in de strategie, maar er is meer nodig dan alleen onderzoek. Ook IMO zal moeten bewegen in de richting van het stellen van nadere eisen aan containerschepen. 

 

11. We hebben al gewezen op de zandsuppletie. Volgens ons gebeurt er momenteel te weinig onderzoek naar een mogelijke samenhang van de geomorfologische processen in de Waddenzee in relatie tot de Noordzeezandsuppleties. Het ware wenselijk dit nader te onderzoeken, omdat het oostelijk waddengebied verzand en het openhouden van de vaargeulen veel moeite en geld kost. Bodemdaling en zandsuppletie leiden nu al tot verdwijning van Waddenbenthos, wat weer strijdt met de uitgangspunten van voorliggende Agenda. 

 

12. Het lijkt ons wenselijk om met de nieuwste inzichten rond de methaanuitstoot van aardgaswinningslocaties, deze te betrekken bij de Waddenagenda, omdat deze ontwikkeling een significante invloed kan hebben op het klimaatbeleid voor het waddengebied. 

 

TENSLOTTE 

 

13. P.48: op zich is het volgens ons goed dat uitvoering van de agenda gepaard gaat met een doorlopend, gestructureerd onderzoek, maar daarmee wordt volgens ons nog niet gewerkt aan de bescherming van een duurzame ontwikkeling van de Wadden. Met andere woorden: de onderzoeksvragen beantwoorden kost tijd en kan ertoe leiden dat bij het afwachten van de antwoorden de gehele situatie verder verslechtert. Bij een adaptief beleid ook want men wacht onderzoeksresultaten af. Deze afwachtende reactieve houding kan verslechtering in de hand werken.  Wij zien graag een proactieve houding in de uitvoering van de agenda en vragen ons af welke onderzoeksvragen passen bij deze proactieve houding? 

 

14. Naleving, toezicht en handhaving: als de Waddenkust verder wordt ontwikkeld dan zullen er weloverwogen meer mensen naar het gebied komen en neemt de druk op het gebied toe. Dit is een strategie, die in deze agenda wordt genoemd. Het Werelderfgoed moet als het ware vermarkt worden. Het ware wenselijk om deze groei met beleid te ontwikkelen omdat alle gebieden op de wereld, ook het waddengebied, een beperkte opnamecapaciteit hebben. Het ecologisch evenwicht op de eilanden is bijvoorbeeld al lang verstoord dus de duurzaamheidsopdracht zal nog een zware worden. 

Uit nader onderzoek voor Rijkswaterstaat blijkt dat naleving, toezicht en handhaving van regels in de Waddenzee nog niet goed functioneert. Ook de gedragscode functioneert slechts ten dele. 

Zolang dit niet op orde is, zijn we nogal terughoudend en niet positief gestemd over verdere ontwikkelingen waarbij meer mensen het gebied moeten gaan bezoeken. Hetgeen is opgemerkt is, zoals veel tekst natuurlijk, nogal vrijblijvend, terwijl juist de mensen ervoor zorgen dat de druk in het gebied toeneemt, de vervuiling toeneemt, de overlast toeneemt, de verstoringen toenemen. Juist hier moeten wellicht heel scherpe keuzes worden gemaakt die naleefbaar zijn en ook daadwerkelijk gehandhaafd worden.  

Tot zover onze zienswijzen met vragen, waarvan we hopen dat deze u strekken tot verdieping en wellicht aanpassing van de Agenda voor het Waddengebied 2050. 

Hoogachtend, 

Stichting Ons Schellingerland, Stichting SOS Ameland, Werkgroep Vrije Horizon Schiermonnikoog, 

Namens hen, 

 Mr. Suzanna M.A. Twickler 

S.O.S. Ameland heeft gereageerd op de Agenda voor het Waddengebied 2020- 2050, tezamen met Stichting Ons Schellingerland en Werkgroep Werkgroep Vrije Horizon Schiermonnikoog.

Onze Noordzee eilanden leven op toerisme, maar lokale bevolking kampen met toenemende vervreemding. De relatie tussen eilandbewoners en gasten dreigt te kantelen.

Wat is daar aan de hand?

Alle drie de afleveringen van ons documentaireseizoen ” The Treasure Islands ” staan online ndr.de/dreihundertsechzig

Contact

KvK nummer: 78649854
Bankrekeningnummer: NL96RABO0357711629

Bestuur
Voorzitter: Suzanna Twickler

Penningmeester en secretaris: Jan van der Laag

Webdesign Bert Olivier www.o4design.nl